(use a link)
Great organ
Montre 8’
Cornet V
Bourdon 16’
Prestant 4’
Flûte 4’
Bourdon 8’
Octaef 2’
Nazard 3’
Tierce 13/5’
Sexquialter II
Fourniture III
Cimbal III
Trompet 8’
Voix Humaine 8’
Compass : C - f'''
Pitch: 405 Hertz for a'.
Temperament : three perfect thirds
C-E, F-A, G-B.
Wind pressure : 84 mm watergaugePositive Organ
Viola de gamba 8’ sup.
Montre 8’
Gemshoorn 8’ sup.
Bourdon 8’
Prestant 4’
Flûte 4’
Flagéolet 2’
Basson-Hautbois 8’
Compass : C - f'''
Pedal
Kistpedaal
pedaalomvang: C - d (aangehangen aan Gr.Org.)
Couplers-Effects
Sliding keyboard II+I
Nightingale.(Gh. Potvlieghe)
Tremulant (J.P. Draps)
The Broechem Organ is typical of the Southern Low Countries. The melodiousness of the Diapasons (“Prestanten”) forms the core of the disposition. The wooden Bourdon pipes are tuned for softness and can be optimally appreciated in combination with other stops.
Most stops as e.g. the Chimney flute 4’ do not fade away in the treble section, but increase in volume, so that the resulting sound is sonorous. The compound stops (Fourniture, Cymbal, Sexquialter) add a certain sharpness to the sound: the Cymbal with the shortest pipes is rather sharp. The Flemish Trumpet is firm and very useful as solo stop or as part of the Plenum.
The work of Theodor Smet, fabricated appr. one hundred years after the Forceville instrument, fits in very well. The Broechem organ is one of the few instruments in which a successful synthesis was made between old and new in 1839. The thinner pipes of the Smet section produce a slightly less round sound (less overtones), which is, however, well balanced and homogeneous. The bow type stops such as Viola da Gamba and Gemshoorn are characterised by a more nasal timbre.
At the restoration the Forceville character prevailed.
Detail pipes of the Great organ (Forceville) Detail pipes of the Positive Organ (Th. Smet)
![]()
Detailed description of the stops
ONLY AVAILABLE IN DUTCH: Contact the webmaster should you have specific questions.
Great Organ
Montre 8’
Eén van de registers die aan het orgel het epitheton zilveren orgel gaven.
C, Cis, D in eik, onmiddellijk achter de zijtorens: J.P. Draps
Van Dis tot en met d’, in het front: J.B. Forceville
Vanaf dis’, op de lade: J.B. Forceville-pijpwerk, de 5 kleinste van Th. Smet.
Cornet V
4 koren, beginnend op cis’: geen Forceville-makelij, maar wat constructie-kenmerken vergelijkbaar met Van Pethegem-pijpwerk. Het sluit homogeen aan bij het Forceville-pijpwerk.
Originele cornetladen, uitgebreid door Th. Smet
De 5 kleinste pijpen van Th. Smet.
Tertskoor: Gh. Potvlieghe .
Bourdon 16’
24 eiken pijpen, zijdelings in de kast opgesteld. Vanaf c’ in metaal op de lade: gedekt met verschuifbare hoed. Forceville-pijpwerk met aanvulling van de 5 kleinste door Th. Smet.
Prestant 4’
Eén van de registers die aan het orgel het epitheton zilveren orgel gaven.
Volledig op de lade. Van C tot B: Gh. Potvlieghe
Vanaf c°: J.B. Forceville-pijpwerk met aanvulling van de
5 kleinste door Th. Smet.
Flûte 4’
Van C tot c’’’: roergedekt met verschuifbare hoed, door J.B. Forceville gemaakt als roerfluit. 5 kleinste bijgeplaatst door
Th. Smet, pijpwerk in flesvorm
Bourdon 8’Van C tot en met c° in eik: Forceville-pijpwerk.
Vanaf cis° in metaal: gedekt met verschuifbare hoed: Forceville-pijpwerk. 5 kleinste aangevuld door Th. Smet.
Octaef 2’
Volledig werk van J.B. Forceville, met uitbreiding van 5 pijpen door Th. Smet.
Nazard 3’
Van C tot B: gedekt met verschuifbare hoed, J.B. Forceville
C tot en met E: Gh. Potvlieghe
F tot f: J.B. Forceville
Vanaf c°: pijpwerk in flesvorm, J.B. Forceville
cis’’’ tot dis’’’: Th. Smet
e’’’ en f’’’: Gh. Potvlieghe
Tierce 13/5’
Dit register werd door Gh. Potvlieghe gemaakt op basis van de mensurering van het gelijknamige register in het rugwerk van het orgel in de Sint-Pauluskerk te Antwerpen.
Sexquialter II
Op basis van inpassing van bestaand Fourniture IV-pijpwerk in de bewaard gebleven boringen van de Sexquialter, werd het gehele register gereconstrueerd. Pijpwerk van Gh. Potvlieghe.
De repetitie van de Sexquialter valt op c’.
Fourniture III
Twee volledige koren + 18 pijpen van het derde koor: Forceville-pijpwerk
Rest: Gh. Potvlieghe
Cimbal III
Integraal van Gh. Potvlieghe
Trompet 8’
Integraal van Th. Smet: baskant met bekers in loodlegering met blikken onderstukken. Discant: wijdere mensuur met bekers in tinlegering. Kloek en stevig van karakter.
Voix Humaine 8’
Integraal van Gh. Potvlieghe op basis van het gelijknamige register in het rugwerk van het orgel in de Sint-Pauluskerk te Antwerpen. De bekers zijn in een tinlegering (95 % Sn), de stevels in een loodlegering.
Positive organ
Omdat het pijpwerk van Th. Smet oorspronkelijk op een hogere toonhoogte werd gemaakt dan het Forceville-pijpwerk, werden de pijpen van Smet bij de restauratie een halve toon opgeschoven en werd voor C telkens een nieuwe pijp gemaakt.
Viola de gamba 8’ sup.
Beginnend op cis’ : pijpwerk van Th. Smet.
Een vakkundig gemaakte enge strijker.
Montre 8’
Van C tot B’, eiken pijpen met dubbele mond: J.P. Draps.
Van c° tot b°, in het front: pijpwerk van Th. Smet.
Van c’ op de lade: pijpwerk van Th. Smet.
Gemshoorn 8’ sup.
Een eng conische strijker van de hand van Th. Smet.
Bourdon 8’
Van C tot c°: eiken pijpwerk van J.P. Draps.
Vanaf cis° metalen pijpwerk, gedekt met verschuifbare hoed, van de hand van Th. Smet.
Prestant 4’
Pijpwerk van Th. Smet.
Van C tot c° in het front, vanaf cis° op de lade.
Flûte 4’
Nieuw gemaakt naar analogie met de Flagéolet 2’ van Th. Smet.
20 grootste: gedekt met verschuifbare hoed;
34 pijpen in flesvorm.
Detail van de Nachtegael in het onderwerk
Flagéolet 2’
Pijpwerk van Th. Smet.
8 gedekten met verschuifbare hoed, 34 pijpen in flesvorm, 12 pijpen met open wijde fluitmensuur.
Basson-Hautbois 8’
Vermoedelijk geplaatst door H. Vermeersch.
In het groot octaaf verkropte bekers in tinlegering.
Overige bekers in de baskant: trechtervormige bekers in loodlegering, met blikken onderstukken.
Discant: tweeledige hobo-bekers in loodlegering.