Wanneer de kerk van Broechem voor het eerst gevuld werd met orgelmuziek, valt niet te achterhalen. Wel waren de Cecilianen actief, het kerkkoor. Op de feestdag van de heilige Cecilia hielden ze hun jaarlijks teerfeest, dat door de kerk betaald werd. In 1723-1724 kostte dat feestje 9 gulden voor soo veel is verteirt voor de sangers ende musicanten, organe- ende snaerspeelders deser kercke, op den dagh hunder h. patronesse Cecilia ende dat als ordinair ende van oudts geplogen. Met de assistentie van strijkers en zangers stond het orgel er dus niet alleen voor. Door de schaarse archieven in de middeleeuwen zijn de vroege sporen van de Broechemse orgelcultuur uitgewist. De schaarse gegevens laten vermoeden dat het orgel in de eerste helft van de 16de eeuw aan reparatie toe was en dus reeds een zekere ouderdom had.
1545
Kerkrekeningen vermelden de betaling in natura aan de orgelblazer.
Bovendien werd het toen bestaande orgel uitgebreid met drie registers. De uitvoerder van dit werk wordt niet vernoemd.
Uitgebreide timmerwerken doen vermoeden dat het orgel bij deze gelegenheid geplaatst werd op een nieuw doksaal, ter hoogte van het Sint-Sebastiaanskoor (de zuidelijke dwarsbeuk).
Na afloop van deze ingrijpende verbouwing kwam mynheere van tongerloo orgelist het werk inspecteren. Kennelijk trokken de Norbertijnen van Tongerlo zich het muziekgebeuren in hun parochie aan.
1548 en 1550
Orgelmaker Engelen uit Lier wordt betaald om den orgelen te accordeeren ende in goede reparatie te houden. In 1550 komt hij het orgel purgereeren en een nieuwe blaasbalg monteren.
1555 en 1556
Henricken Zegers, organist te Tongerlo, kijkt het orgel na.1562
Er worden stellingen gebouwd aan het orgel, om aan het instrument te werken.
1568
Herstellingen aan het orgel dat bedorven is door de regen. Er sijpelde water door het dak en zo op het orgel.
1573-1574
Stembeurten.
1575
De blaasbalg moet vermaeckt worden. Er wordt ook smout geleverd waarmee de blaasbalg regelmatig moest ingevet worden.
1577
Jan de Smid levert divers yserwerck voor dorgelen. Het orgel werd ook gestemd.
1579
Herstelling van het orgel in diverse reysen.
Troebele tijden
De Tachtigjarige Oorlog doet zich ook gelden in Broechem. Jaren van onveiligheid en rondstropende soldatenbendes storten het dorp in een diepe crisis. Hierbij wordt ook de kerk geplunderd en brandt ze uit. Wellicht heeft het orgel dit niet overleefd. De bevolking wordt gedecimeerd. Weinig of geen archieven restten.
1645-1651
Een nieuw orgel wordt gepland en gebouwd door Hans Goltfuss en zijn leerling Jan Dekens. Ze verteren samen met een aantal schrijnwerkers meer dan 79 gulden aan spijs en drank in de herberg.
Het kerkbestuur betaalt in 1651 aan Goltfuss verder nog 234 gulden in mindernisse van het maecken van den orgel.
Later dat jaar worden nog twee houten engelenbeelden bovenop het orgel geplaatst.
1666
Jan Dekens ontvangt meer dan 32 gulden voor, schijnbaar, uitvoerige werken.
Een organist uit Lier komt deze werken achteraf inspecteren.
1680
Jan Dekens herstelt onder meer den naghtegael.
1708
Het orgel wordt verplaatst naar het nieuwe doksaal aan de westkant van het kerkschip (boven de poort).
Christiaen Penceleir voert het herstelwerk uit en plaatst een nieff cornet.
1724
Er worden 14 gulden betaald voor het versien van het orgel, mogelijk een groot nazicht.
1745
Guilliam Davidts, orgelbouwer uit Antwerpen, voert herstellingswerken uit en komt enkele jaren later het orgel stellen.
1753
Jacobus Verbuecken voert reinigings- en reparatiewerken uit.
1763-1781
Joannes Van Overbeeck onderhoudt het orgel. In 1780 ondergaan de blaasbalken een grondige herstelling.
1802
Ondanks de anti-kerkelijke maatregelen van de Fransen wordt de koster toch betaald voor het bespelen van het orgel. Het Goltfuss-orgel heeft de confiscatie dus overleefd.
1829 en 1830
Van Overbeeks opvolger, Theodoor Smet werkt aan het Goltfuss-orgel.Was het Goltfuss-orgel na 180 jaar dienst versleten of totaal onderkomen? Smet heeft het in ieder geval overgenomen voor 600 gulden. Waar de restanten zijn terecht gekomen is onbekend.